Berichten

Google is de baas!

logo google bewerkt

Deze zomer rondde ik de verkorte opleiding Online Communicatie af. Daar leerde ik onder andere: “Google is de baas op internet”. Deze uitspraak kwam aan de orde bij het onderdeel zoekmachines. Met 95% marktaandeel is Google hier inderdaad de grootste en heeft een enorme vinger in de pap als het gaat om het vinden van jouw website. Dit is een onmiskenbaar feit, of je het nu leuk vindt of niet.
Beheer je zelf een website – of stuur je een webbouwer aan – dan vind je hier enkele nuttige tips om Google te ‘dienen’ en daarmee de vindbaarheid te vergroten.

Zoekresultaten bij Google

ranking bij GoogleNatuurlijk sta je met jouw webpagina het liefst bovenaan in de zoekresultaten bij Google. Of in ieder geval op de eerste pagina. Dat geeft de grootste kans op een bezoek. Maar ook als je op pagina 2 of 3 van de zoekresultaten staat, maak je daar nog enige kans op.
Bovenaan komen is niet zo moeilijk als men zoekt op jouw naam. Wat lastiger wordt het als men jouw naam niet (precies) kent en zoekt op een specifiek product of term. Zeker als de concurrentie groot is, moet je meer moeite doen om hoog in de ranking van Google’s zoekresultaten te komen. Daarbij gaat het om de zogenaamde ‘organische’ resultaten, dat wil zeggen: zonder dat je ervoor betaalt. Want adverteren kan namelijk ook en dan spelen er heel andere mechanismen.

Voor het bepalen van deze ranking let Google op zo’n tweehonderd factoren; deels zijn deze geheim. Algemeen wordt aangenomen dat Google kijkt naar drie aspecten: content, techniek en populariteit. Zit je op die drie punten goed, dan scoor je hoog in de zoekresultaten. Nog los daarvan, zijn dit sowieso belangrijke kenmerken van een goede website.

Zoekwoorden

Nog niet zo lang geleden was veel zoekwoorden in de tekst verwerken voldoende om hoog in de zoekresultaten te komen. Die tijd is voorbij. Zoekwoorden blijven belangrijk, maar het gaat nu vooral ook om ze slim en relevant toe te passen.

zoekwoorden

Zoekwoorden gebruik je onder andere in:

  • URL
  • titels en tussenkoppen
  • tekst
  • links
  • teksten bij afbeeldingen en video’s

Hoe kom je aan goede zoekwoorden? Bij Google zelf kun je bijvoorbeeld de Google Keyword Planner gebruiken; daarvoor moet je wel een account aanmaken. Zonder account en ook reuze handig is Ubersuggest. Met beide tools kun je alternatieven zoeken voor de door jou bedachte zoekwoorden.

Wees relevant

Internetters die googelen, zijn op zoek naar een antwoord op hun vraag. Hoe beter jij die vraag op jouw internetpagina(s) beantwoordt, des te relevanter je bent. Dat zit ‘m dus niet alleen in het slim gebruiken van zoekwoorden, maar vooral ook in het bieden van antwoorden. Een maat die Google daar bijvoorbeeld voor hanteert, is het feit of men vanuit jouw webpagina weer terugkeert naar de zoekresultaten. Is dat het geval, dan heeft men blijkbaar geen antwoord gevonden. Komt dat vaak voor, dan ben je niet zo ‘relevant’.

Vraag je dus af met welke vragen jouw beoogde bezoekers zitten en welke antwoorden je daarop kunt bieden. En schrijf dit in behapbare, leesbare brokken. snippet bij Google zoekresultatenPas ook de ‘snippet’ aan (dit is de korte tekst onder de URL in de zoekresultaten): hierin zien googelaars al vrij snel of ze op jouw pagina de gezochte informatie kunnen vinden.

Laadsnelheid

De techniek achter een website kan ervoor zorgen dat deze goed werkt of juist bezoek blokkeert. Enkele aspecten zijn bijvoorbeeld laadsnelheid en geschiktheid voor mobiele apparaten.

Eerder schreef ik al dat de gemiddelde aandachtsspanne (oftewel het geduld) van de moderne mens zo’n 8 seconden bedraagt. Dit wordt erg op de proef gesteld door een webpagina die langzaam laadt. De meeste mensen verwachten dat zoiets binnen 2 seconden is gepiept. Duurt dit 4 seconden, dan is 25% al afgehaakt en na 8 seconden bijna de helft. Ga na hoe snel jouw webpagina’s laden met bijvoorbeeld Google Pagespeed Insights, Sitespeed of Pingdom. En bekijk meteen enkele mogelijkheden om de snelheid te verhogen.

Allerlei factoren beïnvloeden de laadsnelheid. Daartoe behoren technische zaken zoals script, codes en caching; het voert te ver om deze hier te behandelen. Ook al ‘verrijken’ afbeeldingen de content, ze kunnen het laden behoorlijk vertragen. Zeker als je originele beelden van meerdere MB’s plaatst. Voor een website is dat helemaal niet nodig en dus af te raden. Verklein en optimaliseer je afbeeldingen. Dit kan met bijvoorbeeld Photoshop (‘opslaan voor web’) of met het gratis programma PIXResizer.
En als je dan toch met de beelden bezig bent: voorzie ze in de alt-tekst meteen van een beschrijving waarin – als het even kan – een relevante zoekterm voorkomt. Dat is dan ook weer goed voor de vindbaarheid.

Mobile first
webbezoeken per device

webbezoeken per device

webbezoeken per device per leeftijdsgroep

webbezoeken per device

Mensen internetten steeds vaker op mobiele apparaten: smartphone en tablet. Driekwart van de internetters (13 jaar en ouder) gebruikt deze om websites te bezoeken. Vandaar dat Google websites beoordeelt op hun ‘mobielvriendelijkheid’ (mobile first). Concreet houdt dit in dat een website voor Google pas meetelt als deze in de eerste plaats geschikt is voor een mobiel apparaat. Ga na hoe jouw website op dit punt scoort, wat de mobiele laadsnelheid is en kijk wat er eventueel nog te verbeteren valt.

Als jouw website niet of zeer beperkt geschikt is voor mobiele apparaten, is dat vaak niet een-twee-drie te verhelpen. Het vraagt meestal een forse ingreep zoals ombouwen of zelfs compleet opnieuw bouwen. Dat is natuurlijk een mooie kans om de site eens flink op de schop te nemen! Vraag je wel eerst af welke prioriteit dit moet krijgen. Is jouw specifieke doelgroep erg mobile of misschien juist nog verknocht aan de PC thuis?

Populariteit

De populariteit van jouw website bepaalt mede hoe hoog deze in de zoekresultaten bij Google verschijnt. Een kip-en-ei kwestie eigenlijk, want hoe hoger des te populairder… De populariteit wordt voornamelijk afgemeten aan het aantal webbezoeken en aan het aantal en de kwaliteit van de webpagina’s die naar jouw website linken.

linkbuildingDie links komen er meestal niet vanzelf, daar moet je wel wat voor doen. Dat begint natuurlijk in de eerste plaats met relevante content, die meerwaarde oplevert voor het internet. Verder kun je bijvoorbeeld een blog schrijven op een andere site en daarin een link naar jouw website opnemen. Of andere websites vragen om een link naar jouw webpagina te plaatsen. Let wel op dat er geen sprake is van teruglinken, dus dat je naar elkaar linkt. Dat heeft Google door en dan telt het minder zwaar.

Bij deze zogeheten linkbuilding is het van belang om links te krijgen van relevante sites, die bijvoorbeeld veel autoriteit hebben, als betrouwbaar worden gezien en/of in hetzelfde werkveld opereren. Links van zomaar wat willekeurige sites tellen niet of nauwelijks mee bij Google.

Sociale media: een brug te ver?

Een succesvolle marathon begint met een goede voorbereiding die hoofdzakelijk neerkomt op trainen, het liefst met een goed schema. Ook moet je op geschikte schoenen lopen en vooraf voldoende koolhydraten ‘stapelen’, anders zal je dat onderweg letterlijk bezuren.
Met sociale media is het al net zo: een vliegende start is zo gemaakt, maar of je de rit uitloopt? Als je als organisatie deze media gericht wilt gaan gebruiken, vraagt dat een gedegen voorbereiding. Zoals het ontwikkelen van een heldere strategie en een enthousiast draagvlak. En de randvoorwaarden (bijv. techniek, vaardigheden en inbedding in de organisatie) moeten aanwezig zijn. Is dit niet het geval, dan is een geslaagde inzet van sociale media nog echt een brug te ver.

Kansen laten liggen

sociale mediaIn de afgelopen maanden verscheen het ene na het andere rapport over sociale media in de zorg. Deze onderzoeken proberen aan te tonen dat het daar nog niet best mee gesteld is. “Men laat kansen liggen”, luidt dan ook vaak de conclusie. Zelf onderzocht ik dit op beperkte schaal in het basisonderwijs. Hier zijn de meeste overkoepelende organisaties nog niet actief op sociale media. Of ze verkeren in een beginfase, waarbij sprake is van vooral zenden en weinig interactie/dialoog. Net als in de zorg, trouwens.
Voor zover valt na te gaan, hebben nog maar weinig organisaties een strategie of beleid wat betreft sociale media. Er lijkt geen of weinig afstemming met andere (online) communicatiemiddelen, laat staan met de (primaire) dienstverlening. Dus er zijn inderdaad nog volop kansen!

Voordelen

Sociale media: eigenlijk kun je als organisatie niet meer zonder. Je doelgroep verwacht ook niet anders. Enkele belangrijke pluspunten zijn:

  • bereik: op een betrekkelijk goedkope manier kun je veel mensen bereiken en daar een relatie mee opbouwen. Omgekeerd werkt dat ook: sociale media zijn zo laagdrempelig dat men je makkelijker weet te bereiken.
  • regie: positieve en negatieve berichten over jouw organisatie verschijnen toch wel op sociale media; ben je zelf (pro)actief, dan heb je de touwtjes meer in handen.
  • kennis: door de interactie met volgers leer je de doelgroep beter kennen, en hun mening over de organisatie en de dienstverlening.
Koudwatervrees

Ondanks deze evidente voordelen, zijn veel organisaties in zorg en onderwijs niet of ongericht actief op sociale media. Grofweg in te delen in drie groepen:

  1. willen niet, omdat ze de voordelen niet zien of andere prioriteiten hebben en dus geen tijd of geld hiervoor vrijmaken;
  2. willen wel, maar weten niet goed hoe of durven nog niet echt;
  3. doen hun best, maar zijn ad hoc bezig.

De laatste twee groepen zijn gebaat bij meer expertise en een heldere strategie voor de inzet van deze media.

Passieve strategie

In een aantal gevallen is een passieve strategie eigenlijk het beste, desnoods tijdelijk. Bijvoorbeeld als je beter (eerst) kunt investeren in medewerkers (empathische dokter, vaardige juf, …) en processen (snel, gastvrij, goede informatie). koudwatervreesDat zet in de regel meer zoden aan de dijk dan investeren in sociale media. Of als je onvoldoende draagvlak binnen de organisatie hebt, te weinig weet over de werking van sociale media en dat nog niet goed hebt ingericht. Of als je last hebt van koudwatervrees. Kortom, als de organisatie er dus nog (lang) niet klaar voor is. Laat je dan niet verleiden, maar volg een passieve strategie:

  • claim alvast accounts op relevante sociale media, zodat de kans kleiner is dat je straks met allerlei gekunstelde namen moet gaan werken;
  • monitor wat er op sociale media over je organisatie wordt gezegd; dat levert belangrijke informatie op om processen te verbeteren, klantentevredenheid te verhogen en eventueel publicitair te reageren;
  • was je al begonnen en heb je volgers/fans: blijf dan wel actief, maar beperk je tot de hoogstnoodzakelijke berichten.

Heb je intern de boel op orde, zit je wat ruimer in tijd en geld en heb je een duidelijke strategie? Dan kun je voluit over de brug komen en actiever de interactie aangaan.

Schoolbesturen nauwelijks actief op sociale media

sociale media

Heeze, 10 december 2013 – Brabantse en Limburgse basisschoolbesturen doen nog weinig met sociale media. Dat blijkt uit een onderzoek van Baars Communicatie onder 75 schoolbesturen. Ruim de helft heeft een kanaal op één of meer sociale media. Maar de activiteit op deze media is gering.

Over een periode van ruim een maand zijn de websites en sociale media van 75 schoolbesturen in het (speciaal) basisonderwijs in Noord-Brabant en Limburg bekeken. De onderzoeksvraagstelling luidde: “In hoeverre communiceren deze schoolbesturen met hun relaties via sociale media?” Omwille van de overzichtelijkheid is gekeken naar de meest relevante sociale media (de big four: Facebook, Linkedin, Twitter en YouTube).

Resultaten

De meeste sociale media kanalen van de schoolbesturen zijn op Twitter te vinden, hiervan is tweederde actief in gebruik. Op de helft van de Facebook-pagina’s vindt activiteit plaats; op de Linkedin en YouTube kanalen gebeurt niets.

figuur 2: aantal volgers en berichten op sociale media

figuur 2: aantal volgers en berichten op sociale media

figuur 1: aantal aangemaakte en actieve accounts op sociale media

figuur 1: aantal aangemaakte en actieve accounts op sociale media

figuur 3: aantal verwijzingen op website naar interactiemogelijkheden

figuur 3: aantal verwijzingen op website naar interactiemogelijkheden

Op Twitter heeft men het grootste aantal volgers en hier worden ook de meeste berichten geplaatst (incl. retweets); drie schoolbesturen zijn erg actief en zorgen voor ruim tweederde van het totaal aantal tweets. Het aantal posts op de andere media is gering tot geen.

Als interactiemogelijkheid op de websites van de schoolbesturen zijn telefoon en e-mail vrijwel altijd vermeld; ook is bij bijna de helft een formulier aanwezig. Verwijzing naar de sociale media kanalen vindt weinig plaats: wanneer sprake is van één of meer sociale media, wordt slechts in een kwart van de gevallen hiernaar verwezen op de website.

Top 3

Van de 75 onderzochte organisaties zijn de volgende het meest actief: Movare in Kerkrade, Mytylschool Tilburg en Xpect Primair in Tilburg. Deze organisaties hebben drie sociale media kanalen, zijn matig tot tamelijk actief op minstens één kanaal en verwijzen bijna alle op hun website naar hun sociale media.

Conclusies

Enkele conclusies uit dit verkennend onderzoek zijn:

  1. Slechts een zeer gering deel van de mogelijke kanalen wordt regelmatig gebruikt.
  2. De onbekendheid met en/of koudwatervrees voor sociale media lijkt bij de schoolbesturen over het algemeen erg groot.
  3. Het hebben van een kanaal is één ding, het invullen met zinvolle content blijkt voor velen ook nog te lastig.
  4. Het is vaak niet duidelijk wie precies achter de accounts zit en met welke reden dit kanaal er is (anders dan sec aanwezigheid of het retweeten/doorplaatsen van berichten).
  5. Er wordt over het algemeen te veel gezonden; van echte (pro)actieve interactie met de volgers is nog maar weinig sprake.

Algemeen

  • aantal onderzochte schoolbesturen in het (speciaal) basisonderwijs in Noord-Brabant en Limburg: 75
  • onderzoeksperiode: 1 november t/m 4 december 2013some4
  • aantal met één of meer kanalen op sociale media: 45
  • maximaal aantal beschikbare kanalen: 75 x 4 = 300;
    kanalen aangemaakt: 70 (23%);
    kanalen actief gebruikt, met minstens 10 posts: 11 (4%)
  • aantal met verwijzing op website naar één of meer sociale media kanalen: 13

Facebook

  • aanwezigheid Facebook-pagina: 13x, waarvan 4 groepen met in totaal 108 leden
  • totaal aantal likes/fans: 660
  • totaal aantal geposte berichten: 50, op 6 FB-pagina’s (gem. 8 per pagina)

Linkedin

  • aanwezigheid Linkedin bedrijfsprofiel of groep: 24x, waarvan 4 met profiel én groep
  • aanwezigheid Linkedin bedrijfsprofiel: 19x
  • totaal aantal profiel-volgers: 1.792 (gem. 94 per profiel)
  • totaal aantal updates (profiel): 0
  • aanwezigheid Linkedin groep: 9x
  • totaal aantal groep-leden: 98 (gem. 11 leden per groep)
  • totaal aantal discussies (groep): 0 (voor zover dit is na te gaan: het merendeel van deze groepen is besloten)

Twitter

  • aanwezigheid Twitter kanaal: 27x, waarvan 17 actief twittert
  • totaal aantal volgers: 3.303 (gem. 122 per account)
    totaal aantal volgend: 1.727 (gem. 64 per account)
  • totaal aantal tweets: 724, op 17 accounts (gem. 43 tweets per account)

YouTube

  • aanwezigheid YouTube kanaal: 6x
  • totaal aantal geplaatste video’s: 0